Adam en Eva

Adam en Eva

2008
Een tweezijdig drieluik, Hanneke de Munck samen met Sietse H. Bakker, graficus




Dit altaarstuk is opgedragen aan de tot bewustzijn gekomen mens, die zich in leven houdt door moeitevolle arbeid, baart met pijn en sterft. Centraal paneel, 110 x 110 cm, tweezijdig, resp. de schepping en de verdrijving uit het paradijs met beelden van linde - en perenhout, gesneden door Hanneke de Munck.

Twee vleugels van 6 cm dik perenhout, 105 cm hoog, reliëf gesneden en gekleurd met inkten door Sietse Bakker, graficus, bevestigd met smeedijzeren scharnieren; geplaatst op een zwart blok 80 x 80 x 80 met vier balken en een open ruimte. De beelden zijn centraal voor het middenpaneel geplaatst; aan de voorkant Adam en Eva staand, gesneden uit één blok lindehout, een zwarte gesloten poort vormt de achtergrond, waardoor de beelden duidelijk naar voren komen door kleur en beweging, de figuren zijn eenvoudig, dicht bij het blok gebleven, nog dicht bij hun oorsprong, bijna kinderlijk, maar het drama van hun bestaan op aarde heeft hen al getekend; aan de achterkant zijn Adam en Eva nog verbonden in paradijselijke toestand, horizontaal, net geschapen, Plato heeft erover verteld en in de oudste bijbelverluchtigingen zie je God deze dubbele figuur kleien.
Met de teksten op de vleugels bij de schepping: de bijbel "in den beginne was het woord " uit het evangelie van Johannes. 
Het gedicht “Zwarte Aarde”, fragment, van Osip Mandelstam, vertaling van Kees Verheul.
En bij de verdrijving: het gedicht "Het Woord" van Olga Sedakova, vertaling van Petra Couvée.

Sietse over Adam en Eva:

Het altaarstuk Adam en Eva toont de mens die onaf is, verdreven uit het paradijselijke samenzijn, verdoemd te zwoegen, te baren om het leven verder te brengen.

Het is een werkstuk waarin het levende woord als basisvoorwaarde wordt verondersteld voor de mens. Deze opvatting is als een echo van de bekende mythen en godsdiensten. Ze stelt ons in staat om ons met elkaar te verhouden, en over onszelf na te denken.

De samenwerking van een beeldhouwer en een graficus levert een prachtige combinatie op, waarin een drieluik, een predella en altaarkast refereert aan de Gotische altaren, zoals we die zagen in Slowakije. Het haalt de graficus uit zijn 2-dimensionaliteit en verrijkt de beeldhouwer met kleur en tekst.

Hanneke over Adam en Eva:

Het altaarstuk is opgedragen aan de mens. Ik zou zeggen aan iedere mens die werkelijk mens wil zijn, omdat een echte mens niet zomaar vanzelf ontstaat. 
Wij mensen zijn aan ons lot overgelaten, het hangt helemaal van onszelf af wat we ervan maken. We hebben onze God of goden, maar het denkwerk en het echte werk moeten we zelf doen. Wel hebben we van onze schepper een talent geërfd: iedere mens heeft een scheppend vermogen. De mens kan een schepper zijn; een dienaar van het levende woord.

 

Het Woord

Wie liefheeft, zal worden liefgehad,

Wie dient, zal worden gediend,
Niet nu, maar ooit hierna.

Maar het is beter dankbaar te zijn,
En na het werk, zonder Rachel,
Vrolijk over de groene bergen te gaan.

Want jij, woord, bent een koningskleed,
Een mantel van lang, van kort lijden,
Hoger dan de hemel, vrolijker dan de zon.
 
Onze ogen zullen niet zien,
Wat jij voor kleur hebt,
Een mensenoor zal het geruis
Van jouw volle vouwen niet horen,

Slechts het hart zal zeggen:
Je bent vrij, en zal vrij zijn,
Aan slaven niets verplicht.


Olga Aleksandrovna Sedakova
 


 Fragment uit “Gedenkbeeld voor de Liefde”, door Sya van ’t Vlie, sculptuurpromotor in magazine Beelden, oktober 2010:

Van 2007 tot 2009 werkten Hanneke en Sietse samen het altaar Adam en Eva. Op het centrale paneel staan Adam en Eva voor een zwarte poort. Ze zijn net uit het Paradijs verdreven. Op de andere kant heeft Hanneke Adam en Eva in paradijselijke toestand weergegeven: horizontaal liggend, innig verstrengeld als liefdespaar. Hanneke ziet beide kanten als voorkant. Afhankelijk van hun positionering en meer nog van hoe de vleugels zijn opgehangen wordt of de kant met het paradijselijke of de kant met het verdreven paar voorkant. Sietse heeft de twee altaarvleugels, van dik perenhout, aan beide kanten ingesneden met reliëfs, bijbelteksten en poëziefragmenten (o.a. van de Russische dichter Osip Mandelstam), die hij met drukinkten heeft ingekleurd. Hij heeft de laatste fase van het maken van een houtsnede, het afdrukken op papier, overgeslagen en de plank (altaarvleugel) tot reliëfgrond, en daarmee drager van de afbeelding, gebombardeerd. Gewoonlijk snijdt hij zijn tekening in spiegelbeeld in de plank, zodat deze op papier niet gespiegeld wordt afgedrukt. De altaarvleugels heeft hij ‘niet in spiegelbeeld’ hoeven insnijden, waarmee de graficus/houtsnijder Bakker zich op het terrein van de sculptuur heeft begeven.